Uranium glazuur

Nietsvermoedend kijk ik samen met mijn vriend naar een aflevering van Tussen Kunst en Kitsch, als m’n OCD onverwacht weer ‘aanhaakt’. Het is altijd een verrassing waar het chronisch parate monster door gelokt wordt. 

Op de beoordelingstafel op tv schittert ditmaal een ogenschijnlijk onschuldig beeldje van een reiger. Het ding uit het jaar 1930 is nog geen 40 centimeter hoog en heeft een sprankelend kleurrijk glazuur. Een lieflijk tafereeltje zou je denken. Echter, wanneer de deskundige aan zijn verhaal over het beeldje begint, breekt het angstzweet me uit. Hij maakt een opmerking over het fel gekleurde glazuur; er zit uraniumoxide in verwerkt. “Als je er een geigerteller naast houdt, dan slaat ie aan! Dus niet te dichtbij komen hoor…  grapje!” Ik zie lachende gezichten rond de tafel, maar mijn sporadische ontspannenheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Bij het woordje ‘uranium’ ontwaakt mijn stralingssmetvrees* in een flits uit de sluimerstand. Bij uranium denk ik meteen aan straling en kanker. En het krijgen van kanker staat hoog op mijn doodsangstenlijstje.

Ik moet denken aan wat oud keramiek dat ik recent uit de erfenis van mijn overleden oma heb gekregen. Het is afkomstig uit bijna dezelfde periode en plaats als het beoordeelde beeldje. Zou er ook iets met uraniumoxide-glazuur tussen zitten? En is zulk glazuur gevaarlijk? In een split-second besluit mijn OCD om uit te gaan van het zwartste scenario: Uraniumoxide-glazuur is vast levensgevaarlijk (ook al heeft de deskundige hier net geen woord over gerept). En omdat ik niet weet of dit glazuur ook aanwezig is op het keramiek van oma, ga ik er maar bij voorbaat van uit dat dit het geval is. Better safe than sorry.  

Mijn OCD is als de dood om een mogelijke kans op gevaar te missen met alle (dodelijke) gevolgen van dien. Zowel voor mijzelf als voor anderen. Met name het schuldaspect ligt heel gevoelig. Mijn angst voor de dood is onderwerp nummer één, maar de dood door mijn vermeende schuld is het ultieme doemscenario. Het voorkomen daarvan heb ik zover doorgevoerd in m’n leven, dat het leven zelf jarenlang onmogelijk is geweest. Want ik zag overal gevaar in mijn zoektocht naar de illusie van absolute zekerheid. Op dit moment  is m’n angst gelukkig wat hanteerbaarder, maar toch, zoiets onbenulligs als een aflevering Tussen Kunst en Kitsch veroorzaakt nog steeds kortsluiting in mijn hoofd. 

In mijn gedachten doorzoek ik al het keramiek van m’n oma op verdachte kenmerken. Ondertussen valt mijn blik op twee oude vaasjes uit haar collectie; die bovenop m’n piano staan te pronken. Ik observeer de vaasjes met archeologische precisie. Al snel valt het me op dat veel kleuren van het geglazuurde bloemmotief door de jaren heen wat dof zijn geworden. Op enkele haast neon paarse bloemblaadjes na. Dat die kleur na al die jaren nog zo fel is, dat kán niet gezond zijn volgens mijn dwangmatige geest.

Ik wantrouw de vaasjes meteen en onderdruk de neiging om ze acuut weg te halen en op te bergen in de verste uithoek van het huis. Ineens kom ik er liever niet meer bij in de buurt. Ik vraag me even af of ik ergens een geigerteller moet huren om de vaasjes op straling te controleren. En of ik nalatig ben als ik dat niet zou doen. Ik vraag me af of de wandelende takken van mijn zoontje, die nu twee weken naast de vaasjes staan, zullen bezwijken aan de mogelijke straling. Als een soort luguber waarschuwingssignaal. Net zoals de kanaries die men vroeger meenam de mijnen in, omdat de beestjes door hun overlijden aankondigde dat het zuurstofgehalte gevaarlijk laag werd. Ook vraag ik me af of ik mijn zoontje uit de buurt moet houden van de vaasjes en of we de lucht in de huiskamer nog wel veilig kunnen inademen. En als ik de vaasjes nu weg zou pakken, net voordat ik ga koken, zou ik dan mijn eten besmetten met het eventueel achtergebleven uranium op mijn hand? Je ziet: mijn verbeelding (met bijbehorende stress) gaat compleet met me op de loop. 

Mijn angsten gaan ver. Heel ver. En als ik dit verhaal hier deel, dan besef ik des te meer hoe ver het van de realiteit af staat. Maar ook van hoe ver ik ben gekomen. Hoeveel ik afgelopen drie jaar bereikt heb in de omgang met mijn dwang. Want de vaasjes staan nog steeds op de piano én ik heb geen geigerteller gehuurd! Ik trotseer het onzekere, elke dag een minuscuul beetje meer. En daarnaast heb ik met (gevoelsmatig) gevaar voor eigen én andermans leven, mijn buurvrouw gevraagd de betreffende vaasjes te fotograferen voor bij dit verhaal. Dit alles was eerder ondenkbaar geweest en stiekem voelt dat als een kleine overwinning. Dat het schaamrood op m’n kaken staat bij het delen van dit verhaal, mag de overwinningspret niet drukken.  En ook niet onbelangrijk: de wandelende takken van mijn zoontje zijn nog steeds springlevend! 😉

*Uitleg over de verschillende vormen van smetvrees: https://www.ocdnet.nl/deskundigenartikelen/smetvrees/ 

Foto: Chantal van Dooren

Gerelateerde artikelen

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. Heel vervelend voor jou, maar zo’n opluchting voor mij om te lezen dat ik niet de enige ben met zo’n gedachtengang af en toe! Wat lastig hè. En wat goed dat je er zo mee om kunt gaan!