OCD & zwangerschap

Een verhaal een gezicht geven vind ik een krachtig middel om taboes te doorbreken. Maar om mijn verhaal over perinatale OCD (dwang rond zwangerschap en geboorte) ook daadwerkelijk míín gezicht mee te geven vond ik een immense stap. Op het congres ‘de Dag van de Dwang’ afgelopen jaar op 25 maart (toevallig mijn verjaardag) deed ik hierin de eerste stap. Ik droeg onderstaand verhaal voor. Dit verhaal had ik een jaar eerder al geschreven en had al die tijd op mijn computer staan te verstoffen. Na afloop van de voordracht ontving ik ontzettend veel lieve en inspirerende reacties. Een beter verjaardagscadeau had ik me niet kunnen wensen. Het besef groeide dat het delen van een verhaal als dit bijdraagt aan meer openheid en (h)erkenning, zodat anderen ook hun verhaal durven te vertellen. Toch duurde het nog heel wat maanden voordat ik het verhaal ook als blog durfde te publiceren. Maar nu spring ik in het diepe; dus voor wie geïnteresseerd is, hier is ie!

Voordat je verder leest; het verhaal gaat in detail in op hoe mijn OCD zich uitte. Onder andere smetvrees en nare voorstellingen komen ter sprake.

Komende 10 minuten neem ik jullie mee in een specifiek stukje van mijn ervaringsverhaal: de invloed van mijn OCD op mijn zwangerschap én kersverse moederschap. Maar eerst zal ik mijzelf even kort voorstellen. Ik ben Marjolijn, 33 jaar oud, moeder van een zoontje van 5. Ik heb een dwangstoornis sinds mijn 7e, maar weet dat pas sinds mijn 28e. Dat was 4 maanden na mijn bevalling. Ondanks dat ik al vroeg in mijn leven psychische hulp kreeg, is mijn dwangstoornis lang onder de radar gebleven. Hoe dat komt in mijn ogen, daar kom ik straks nog op terug.

Als ik kort zou moeten samenvatten wat de kern is van mijn dwangstoornis, dan is dat een allergie voor vergankelijkheid. Of simpeler gezegd: een extreme angst voor verlies en de dood, en dan met name gevreesd verlies door míjn schuld. Je zou het ook kunnen zien als uit de hand gelopen verantwoordelijkheidsgevoel. En er is haast geen grotere verantwoordelijkheid voor te stellen dan je kindje goed en wel op de wereld te zetten en te verzorgen. Een uitstekend onderwerp voor mijn OCD om zich aan vast te klampen…

Mijn gehele zwangerschap stond in het teken van het opsporen en voorkomen van gevaar uit angst mijn kindje te verliezen door iets wat ik in theorie fout zou kunnen doen. Standaard adviezen die gelden voor zwangeren, bijvoorbeeld over het verschonen van de kattenbak en het niet eten van rauw vlees en rauwe eieren trok ik in het extreme door. Ik werd al bang van de aanwézigheid van onze kat, het kleedje waar hij op lag of een druppel rauw ei op het aanrecht. Het gevaar van toxoplasmose en listeria werd door mijn OCD totaal uit de context getrokken. En hetzelfde gold voor overige voedingsadviezen, bijvoorbeeld die van het Voedingscentrum. Daar las ik iets over dat je als zwangere kruiden met mate diende te gebruiken (ik citeer letterlijk: dit ivm “plantengifstoffen”), ook bij bijvoorbeeld basilicum. Bij het woord gif ging er natuurlijk meteen een alarm af in mijn hoofd en met de tip ‘gebruik met mate’ kon mijn dwangmatige geest niets. Want hoeveel is met mate precies? Het gevolg: ik durfde mijn gehele zwangerschap geen kruiden meer te gebruiken. En deze vergezochte denkwijze gold voor ontelbare voedingsmiddelen, schoonmaakmiddelen en huishoudapparaten. Zelfs strijken durfde ik niet meer vanwege achtergebleven restjes water in mijn stoomstrijkijzer, want wat als ik daar bij inademing legionella van zou kunnen krijgen… Meerdere malen per week belde ik in paniek naar mijn verloskundige om haar de meest vergezochte doemscenario’s voor te leggen waarin mijn ongeboren kindje misschien gevaar had gelopen. Zonder geruststelling van een professional kwam ik niet meer uit mijn paniek. Dit speelde zich allemaal af in het eerste trimester.

In de loop van mijn zwangerschap werd mijn opsporingsapparaat voor vermeend gevaar steeds gevoeliger; totdat het dagelijks leven al snel niet meer mogelijk was. Ik vermeed alles dat me doodsangsten gaf en die vermijding breidde zich in moordend tempo uit als een olievlek. Dingen als koken of het huishouden doen kon ik niet meer en kwamen op de schouders van mijn vriend te liggen, naast zijn 40-urige werkweek. Ook verloor ik hierdoor mijn baan. Ondanks dat mijn zwangerschap lichamelijk gezien perfect verliep en ik super gelukkig was dat ik zwanger was, was het psychisch een hel. Niet echt een verhaal om mee aan te komen als iemand je vraagt: “Hoe gaat het?” Wetende dat men meestal een ‘roze-wolkantwoord’ verwacht; wat een groot contrast met de werkelijkheid waar ik middenin zat. 

Halverwege mijn zwangerschap stuurde mijn verloskundige me door naar een psycholoog. En al deelde ik wel een stukje van mijn verhaal, de bittere ernst van mijn situatie durfde ik haar niet te vertellen. Zij zag daardoor alleen het topje van de ijsberg. Ik schaamde me enorm en was, toen al, heel erg bang dat ze mij als moeder wellicht ongeschikt zou vinden als ze zou weten hoe slecht het werkelijk met me ging. Ondanks haar goede bedoelingen ging er toch iets fout in de voorlichting die ik van haar kreeg. Ze vertelde me dat ik na mijn bevalling een verhoogde kans zou hebben op een kraambedpsychose. Bij zo’n psychose kunnen wanen en hallucinaties optreden, waar mogelijke gedachten om je kind iets aan te doen uit voort kunnen komen. Even ter verduidelijking: mijn psycholoog had het fout. Perinatale OCD en kraambedpsychoses hebben niets met elkaar te maken. Mét OCD heb je geen groter risico op zo’n psychose, dan zonder OCD. Ik schrok enorm van de gekregen uitleg. Het kleine restje vertrouwen dat ik nog in mijzelf had, verdampte toen mijn psycholoog deze woorden uitsprak. Ik was al zo ontzettend bang om de controle te verliezen en daar kwamen nu ook gedachten bij als: “Wat als ik een psychose krijg en dingen ga doen die ik niet meer weet?” “Wat als ik een gevaar voor mijn kindje word?” “Wat als ik de controle kwijt raakt?” 

Hoop dat het na de geboorte beter met me zou gaan, hield me op de been. Ik dacht dat als ik mijn kindje eenmaal in mijn armen zou hebben, en ik kon zíen dat hij het goed maakte, ik dan wel rust zou vinden. Maar het liep helaas anders.

In de informatiemap die ik van de kraamzorg had gekregen, las ik dat het belangrijk was om flesjes na het afwassen goed na te spoelen om zeepresten te verwijderen. Mijn getrainde OCD-brein zag overal gevaar. Als zoiets vanzelfsprekends als het afspoelen van zeepresten expliciet vermeld werd, dan moest er vast enig gevaar uitgaan van afwasmiddel… Als snel stond ik eindeloos vermeende zeepresten van de babyflesjes af te spoelen. Een taak die mijn vriend binnen 2 minuten gedaan had. Hij riep me dan ook vaak toe “Het water is niet gratis hoor!” Maar het gevoel van ‘nu is het voldoende afgespoeld’ ontbrak volledig. Ik werd compleet in beslag genomen door mijn angst een restje te missen en daarmee per ongeluk mijn zoontje te vergiftigen. Toen mijn zoontje van flesvoeding overging op vaste hapjes en zijn afwas bij de gezinsvaat terecht kwam, groeide mijn angst voor resten van afwasmiddel. Had ik mijn bestek, borden en pannen wel lang genoeg afgespoeld? Zouden er zeepresten in ons eten terecht zijn gekomen? Waarom had ik hier eerder nooit bij stilgestaan? Zou ik mijn gezin hiermee vergiftigd hebben? Het vertrouwen in mijzelf naderde een dieptepunt.

Zo stond ik op een dag te koken, toen mijn blik op de open fles afwasmiddel viel die op het aanrecht stond. Plots flitste de gedachte door me heen “wat als je een psychose hebt gehad en je afwasmiddel in het eten gespoten hebt, en je je dit niet meer kunt herinneren?” In verfijnde details produceerde mijn brein voorstellingen van stralen afwasmiddel die in mijn borrelende pan met spaghetti belandden. Ik had al een tijd nare, ongewenste voorstellingen (intrusies) over alle mogelijke scenario’s waarin ik mijn kindje per ongeluk zou kunnen vergiftigen met afwasmiddel. Nu kwamen daar intrusies over vergiftiging met opzet bij. En dat mondde uit in False Memory OCD: nare voorstellingen die zich zo erg aan je opdringen dat je gaat twijfelen of je het wellicht echt gedaan zou hebben. Terwijl dat natuurlijk niet zo is! En dat is precies wat OCD met je kan doen; je durft niet meer te vertrouwen op jezelf, je herinneringen, je gedrag, je intenties en zelfs niet op je zintuigen. De goedbedoelde woorden van de psychologe werkten als extra brandstof voor mijn OCD.

Opnieuw ging koken (of zelfs het inschenken van een glas water) maandenlang gepaard met doodsangst, als er een fles afwasmiddel op het aanrecht stond of zelfs maar in mijn buurt was. En als ik me wel aan koken waagde, dan zette ik de fles afwasmiddel in een aanrechtkastje en plakte deze af met duct tape. Vaak hielp dit gedrag niet tegen m’n angst, en gooide ik alsnog tijdens het koken pannen vol goed voedsel in de kliko… Het was voor mijn vriend in die periode een nare verrassing hoe hij me aan het eind van zijn werkdag aan zou treffen. Machteloosheid, verdriet en frustratie rezen de pan uit. Ik had me het moederschap anders voorgesteld.

Nare voorstellingen richten zich vaak op datgene wat je het meest lief is. In dit geval, mijn kindje. En ze belichamen juist datgene wat je absoluut níet wilt. In dit geval het verliezen van mijn kindje en worst case scenario: het verlies door míjn schuld. Het zijn dus absoluut geen verborgen wensen en verlangens! Zoals Menno het eerder wel eens omschreef: “Het is eigenlijk een bewijs van liefde, dat zich op een wat merkwaardige manier uit.”  

Gedurende een lange periode durfde ik deze nare voorstellingen niet tegen hulpverleners uit te spreken (ik ben bekend met intrusies sinds mijn 7e jaar…) uit enorme schaamte en angst dat ze mijn intrusies verkeerd zouden interpreteren, ik uit het moederschap ontheven zou worden en ik mijn kindje dan via die weg zou verliezen. Wat ik toen nog niet besefte, was dat ik door er niet over te spreken, mezelf een kans op de juiste hulp ontnam en zo mijn intrusies groeiruimte bood. Zelf kwam ik dus niet over de drempel met mijn verhaal. En helaas vroeg de hulpverlening toen niet, of niet diep genoeg door en bleef mijn OCD dus grotendeels onder de radar. 

Achteraf gezien vind ik het heel erg jammer dat ik van mijn hulpverleners in de jaren voor mijn zwangerschap niet voldoende psycho-educatie heb gehad over OCD en nare voorstellingen. Er ontbrak voor mij belangrijke uitleg in de informatie die ik wel aangereikt kreeg, zodat ik mijzelf er niet voldoende in herkende. En dat is natuurlijk verschrikkelijk zonde. Want de juiste voorlichting had veel voor mij kunnen betekenen. Ook zónder direct mijn grootste angsten te hoeven uitspreken, had ik dan mijn problematiek in de juiste context kunnen plaatsen. En dat zou mij dan weer hebben geholpen om wél en veel eerder hulp te vragen. 

Psychische problematiek is nogal eens omringd door schaamte en angst, zeker rond zwangerschap en geboorte. Dat geldt natuurlijk ook voor intrusies. Juist de combinatie van zulke beangstigende gedachten tijdens zo’n kwetsbare periode maakt het taboe om er open over te zijn vaak groot. En al snap ik dat heel goed; ik vind het ontzettend jammer. Want (vroege) herkenning van perinatale OCD kan hét verschil maken. En weten dat je niet de enige bent kan al een hele opluchting zijn. 

Inmiddels gaat het stukken beter met me dan in de hier geschetste periode. Mede door de juiste therapie én lotgenotencontact is mijn leven nu weer leefbaar. In therapie leerde ik dat ik de oplossing niet moest zoeken in meer controle, maar in het oefenen van vertrouwen. En waar ik tegen mijn therapeuten eerst niet open durfde te zijn, vond ik dat bij lotgenoten al snel minder eng. Daar durfde ik voorzichtig te oefenen met het delen van mijn verhaal. Het voelde laagdrempeliger. En door het horen van soortgelijke verhalen van anderen durfde ik mijzelf steeds meer open te stellen. Ook zorgden de ervaringsverhalen van lotgenoten voor meer begrip en inzicht in mijn eigen dwangstoornis. Dit vertrouwen en de nieuwe inzichten nam ik vervolgens mee naar mijn therapeut waardoor onze gesprekken meer tot de kern van het probleem konden komen. Daarnaast heeft lotgenotencontact ook veel betekend voor mijn gevoel van eigenwaarde. Waar ik mijzelf jarenlang zeer veroordeelde vanwege mijn intrusies, deed ik dit niet bij andere moeders die ik ontmoette. Van hen kon ik gemakkelijk zien wat voor lieve en gewetensvolle vrouwen het waren. En dat maakte dat ik met steeds meer mildheid naar mijzelf leerde kijken. 

Wat mij betreft mag er veel meer informatie over dit onderwerp de openheid in; alles wat helpt om de drempel tot praten te verlagen. Zowel buiten als binnen de muren van de gezondheidszorg (GGZ, huisartsen, POP-poli’s, verloskundigen etc.) is er nog veel op dit terrein te verbeteren. Voor mij is deze blog een persoonlijk, spannend begin in deze missie. 

Na al die jaren vrees, heeft openheid mij meer gebracht dan ik ooit had durven dromen.

*Meer uitleg over perinatale OCD:

https://www.ocdnet.nl/stoornissen/specifieke-vormen-van-ocd/perinatale-ocd/

*Meer uitleg over nare voorstellingen:

* Meer uitleg over False Memory OCD:

https://www.ocdnet.nl/stoornissen/specifieke-vormen-van-ocd/false-memory-obsessions/

Foto: Chantal van Dooren

Gerelateerde artikelen

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *